Oorlogsherinneringen (Jan Weststrate)

Jan Weststrate (Wemeldinge 1940):

Wat ik van de Tweede Wereldoorlog nog weet, van de Duitsers, is maar één ding. En dat was, ik was dan van m’n moeder naar de weg gestuurd blijkbaar, dat kwam dan later naar boven natuurlijk, om te kijken of er soldaten in de straat waren. En dat was net op het einde van de oorlog natuurlijk, en het fietsenverhaal had je waarschijnlijk wel eens gehoord al zoals dat de Duitsers dus fietsen inpikten om zo dan weg te kunnen komen. En er kwam een Duitser, ja en dat is gek om te vertellen, want ik zie de man lopen, een pens zo, had ‘ie, een geweer zo over z’n schouder heen, de duim erachter, en de buurman die zag ‘m aankomen en die deed een stapje of wat naar voren, die dacht als je tot hier komt dan zie je niet of wat er binnen staat, weetje wel. En die Duitser die zei, die hoorde ik zeggen ‘fahrrad’, ja dat betekende fiets, dat wist ik toen nog niet waarschijnlijk, maar later bleek dat dus fiets te wezen. Fahrrad, en ik als een speer terug naar moeder. Ma, die Duitse soldaat die vroeg om een fahrrad aan buurman Prins. M’n moeder was de was aan het ophangen net, liet de was de was, pakte m’n vaders fiets, reed ze in de tabaksplanten achter in de tuin, d’r eigen fiets in de tabaksplanten, en toen ging ze weer verder met de was ophangen. Die Duitser is trouwens niet bij ons geweest hoor.